Waarom recycling zonder beleid niet op grote schaal kan worden toegepast – BTO 2026

Article

Would you like to read the article in English? Click here

De nieuwste Brightsite Transition Outlook (BTO) is onlangs gepubliceerd. In deze vierde editie wordt de noodzakelijke transitie naar een circulaire chemische industrie benaderd als meer dan alleen een technologische uitdaging. In dit artikel bespreken Céline Fellay (programmamanager Systeemtransitie bij Brightsite) en Pim Piek (senior projectmanager Energie- en Materiaaltransitie bij TNO) wat er nodig is om een circulaire kunststofeconomie van de grond te krijgen. “Deze BTO, gepubliceerd op een moment dat de toekomst van de chemische industrie in Nederland en Europa op het spel staat, heeft tot doel duidelijkheid te scheppen over wat er moet gebeuren om een duurzame toekomst voor de industrie als onderdeel van onze samenleving te creëren”, zegt Céline Fellay.

“De chemische industrie is de stille motor van onze samenleving. Chemie is overal, in allerlei producten die we dagelijks gebruiken. Een dagelijks leven zonder de bouwstenen die de chemie ons biedt, is ondenkbaar. Tegelijkertijd staat de sector onder druk. De transitie naar een klimaatneutrale en circulaire economie is zeer urgent en vereist doortastende keuzes en grote investeringen. Zonder adequate maatregelen loopt een deel van de industrie het risico Europa te verlaten, juist nu Europa ernaar streeft zijn afhankelijkheid van niet-Europese landen voor cruciale grondstoffen te verminderen”, legt Fellay uit.

Hoe kunnen we circulariteit bevorderen?

Dankzij hun gunstige eigenschappen is kunststof een onmisbaar onderdeel van onze samenleving geworden. Ondanks deze voordelen is het essentieel om verantwoord met kunststof om te gaan, gezien de impact ervan op het milieu en de afhankelijkheid van fossiele grondstoffen. De afgelopen decennia is er onder andere veel vooruitgang geboekt op het gebied van recyclingtechnologie, maar de grootschalige toepassing van kunststofrecycling blijft beperkt. Hoe komt dat?

“In deze BTO vragen we ons af waarom de kringloop van kunststoffen niet spontaan tot stand komt binnen het huidige regelgevingskader, ondanks de duidelijke voordelen van verminderde afhankelijkheid van import en een kleinere ecologische voetafdruk. We doen dit door eerst de werking van de lineaire economie te bespreken en deze af te zetten tegen de voordelen van een circulaire economie. Vervolgens analyseren we wat de implementatie van circulaire oplossingen in de weg staat en welke oplossingen er beschikbaar zijn om deze obstakels te overwinnen. Met behulp van het door Brightsite ontwikkelde SCIARSTM-model (Source, Commodity, Intermediate, Application en ReSource) analyseren we de lineaire en circulaire kunststofwaardeketen, met een focus op koolstofverlies in de vorm van CO₂-emissies. We gebruiken polyamide 6 (PA6) als representatief voorbeeld van kunststoffen om te laten zien hoe gedetailleerde, kwantitatieve kaarten van koolstofstromen met betrekking tot productie, consumptie en CO₂-uitstoot worden verkregen. We kozen voor PA6 omdat het een polymeer is dat in een breed scala aan industrieën wordt gebruikt, waaronder de automobielindustrie, elektronica, verpakkingen en textiel”, zegt Fellay.

Ondersteunende modellen

“Binnen Brightsite werken we al jaren samen aan verschillende modellen, zoals CIMS (Chemelot Integral Model System), dat in eerdere BTO’s aan bod is gekomen, en SCIARS, een meer algemeen, circulair model dat we in deze BTO gebruiken. SCIARS brengt de koolstoflevenscyclus in waardeketens in kaart, van de winning van grondstoffen tot het eindgebruik, inclusief processtappen en systeemeffecten. Ons team van modelleurs heeft uitstekend werk verricht, waardoor we de mogelijkheden van een circulaire economie ten opzichte van de lineaire uitstekend kunnen laten zien. Samen met Céline heb ik geprobeerd de overgang naar een helder en begrijpelijk verhaal te maken. “We hebben een dringende boodschap met deze BTO en hopen, naast onze brede doelgroep van mensen binnen de industrie met inhoudelijke kennis en beleidsmakers, ook het bredere publiek te bereiken”, legt Piek uit, die verantwoordelijk is voor de samenwerking op het gebied van systeemtransitie binnen Brightsite bij TNO.

Meer dan alleen technologie

Volgens Fellay en Piek gaat het om meer dan alleen technologie. Belemmeringen voor de invoering van circulaire oplossingen zijn onder meer economische factoren, de technologische stand van zaken, tekortkomingen in de infrastructuur en lacunes in de regelgeving. „We staan voor een maatschappelijke uitdaging. Om een winstgevende, duurzame productie van kunststoffen te realiseren, zullen de spelregels moeten worden aangepast. Op dit moment wordt van duurzame oplossingen verwacht dat ze voldoen aan oude regels die in het voordeel zijn van fossiele producten”, aldus Fellay. “Als de regelgeving blijft zoals die nu is, blijven fossiele brandstoffen goedkoper. Alleen als er via bijvoorbeeld regelgeving rekening wordt gehouden met andere aspecten, zoals de duurzame impact, kunnen circulaire kunststoffen concurreren met hun fossiele tegenhangers. Maar dat moet een bewuste keuze zijn. Het is mogelijk, maar het moet worden geregeld en gereguleerd”, voegt Pim Piek toe.

“Onze analyse toont de complexiteit van de transformatie naar een circulair, klimaatneutraal systeem aan en is een pleidooi voor gerichte sturing. Het PA6-voorbeeld toont duidelijk het potentieel van circulariteit. De overgang van een lineaire naar een ideale circulaire economie zou het gebruik van nieuwe grondstoffen aanzienlijk kunnen verminderen, waardoor de bijbehorende fossiele CO₂-uitstoot met meer dan de helft zou dalen en de negatieve externe effecten van lineaire consumptie op het klimaat en het milieu zouden verdwijnen. Om die stap te zetten, zullen verschillende obstakels moeten worden overwonnen. Overheidsingrijpen is nodig om de spelregels te veranderen”, benadrukt Fellay.

Waar een wil is, is een weg

Wat Piek betreft, is een belangrijke boodschap dan ook: ‘waar een wil is, is een weg’. “Met behulp van SCIARS laten we zien dat we kunnen werken aan een duurzame kunststofindustrie. Dat vraagt wel om offers. We zijn ons steeds meer bewust van de uitdagingen waar we voor staan en wat wel en niet haalbaar is. Beleidsmakers moeten hierin het voortouw nemen. Maar de overheid kan het niet alleen, de industrie moet meewerken. Alleen als overheid en industrie samenwerken is er kans op succes. En uiteindelijk moet de hele samenleving ervoor betalen. Dat vraagt om draagvlak en dat begint met het vertellen van een duidelijk verhaal. Het is belangrijk om duidelijk te maken wat wij als Nederlandse industrie goed, duurzaam en goedkoop kunnen produceren. We zullen niet alles kunnen behouden, dus is het belangrijk om keuzes te maken. Dat vraagt ook om visie en moed van de brancheorganisaties; met conservatief en defensief gedrag kom je er niet”, aldus Piek.

Tijd om in actie te komen!

Zowel Fellay als Piek zijn trots op het eindresultaat. “In deze BTO komen veel elementen samen. Dit leidt tot een verhaal met een systeemvisie. We hebben geen pasklare oplossingen en doen ook niet alsof. Maar onze wetenschappelijk onderbouwde, herkenbare en heldere argumentatie kan van grote waarde zijn. We laten een stem horen die belangrijk kan zijn voor de industrie in Nederland en Noordwest-Europa,” meent Piek.

“We hebben de voordelen van een circulaire economie kunnen kwantificeren met behulp van ons SCIARS-model. Bovendien zie ik, als ik terugkijk op deze en eerdere BTO’s, een mooie ontwikkeling. In de eerste BTO hebben we de ambitie van Chemelot op het gebied van duurzaamheid vastgelegd. Een jaar later hebben we dit verbreed naar de uitdagingen voor de Nederlandse chemische sector. In BTO 2024 zijn we gaan kijken naar wat er nodig is om de transitie mogelijk te maken, meer oplossingsgericht. Nu hebben we de volgende stap gezet met een analyse die laat zien waar verandering nodig is. We weten al enige tijd dat de urgentie voor de transitie van de chemie er is. Nieuw is misschien dat het niet alleen een duurzaamheidskwestie is. Het gaat niet alleen om het terugdringen van CO2-uitstoot en het gebruik van fossiele grondstoffen, maar het is ook een geopolitieke, strategisch-economische kwestie. Er is inmiddels veel onderzoek gedaan naar de mogelijkheden van de circulaire economie voor de chemische industrie. Voortbouwend daarop leveren wij aanvullende kennis en maken we duidelijk dat overheidsingrijpen essentieel is”, concludeert Fellay.

Vraag de BTO aan

Dave Beijer, interim-programmadirecteur bij Brightsite: “Bekijk deze Brightsite Transition Outlook voor wat hij is: een diepgaande analyse en een oproep tot gerichte sturing. Want als we de chemische industrie als cruciaal beschouwen voor onze welvaart en strategische autonomie, dan moet daar een eerlijk en toekomstbestendig speelveld tegenover staan. Alleen dan kunnen we de sprong maken van ambitie naar daadwerkelijke realisatie.”